Overzicht Atlas lokale lasten 2024
Inwoners betalen belasting aan zowel de gemeente, als de provincie en het waterschap. We geven in dit deel van deze atlas daarom ook een beeld van de totale decentrale lasten. Zo’n totaalbeeld is de som van de bedragen die huishoudens jaarlijks aan de verschillende decentrale overheidslagen moeten betalen, puur omdat zij ergens wonen en een auto bezitten.
Een dergelijk totaalbeeld schetsen blijkt echter complex. Simpelweg sommeren blijkt niet mogelijk. Dat komt door de waterschappen.[i] Allereerst vallen waterschapsgrenzen niet altijd samen met grenzen van provincies en gemeenten. Binnen circa 50 gemeenten zijn twee, soms zelfs drie waterschappen actief en betalen huishoudens dus verschillende tarieven afhankelijk van waar zij precies wonen. In deze gevallen kan per gemeente wel een (naar inwonertal) gewogen tarief worden berekend.
Een tweede complicatie is dat waterschappen tarieven voor eigenaren van gebouwen en grond kunnen differentiëren. Het tarief dat een eigenaar van een gebouw of grond betaalt hangt dan af van de ligging binnen het waterschap.[ii] In 2024 passen 10 waterschappen (48 procent) tariefdifferentiatie toe voor eigenaren van gebouwen.
Een laatste complicatie is dat enkele waterschappen (een deel van) het wegennet in het waterschapsgebied onderhouden. Ze kunnen hiervoor een wegenheffing opleggen aan de belastingbetalers in het gebied waar de wegen worden onderhouden. Waterschap Scheldestromen (in Zeeland) onderhoudt wegen in zijn gehele beheersgebied. In de andere vier waterschappen wordt de wegenheffing maar in een deel van het gebied opgelegd. In de Wet herverdeling wegenbeheer uit 1997 is vastgelegd in welke gemeenten waterschappen het wegennet onderhouden. Sinds 1997 zijn echter veel gemeenten gefuseerd. Het waterschap dat in het grootste deel van Noord-Holland actief is (Hollands Noorderkwartier) draagt het wegenbeheer dit en de komende jaren over aan de gemeenten. We hebben uitgezocht in welke gemeenten waterschappen anno 2024 wegen onderhouden.
De totale decentrale lasten zoals deze hier worden gepresenteerd bestaan voor huurders uit de afvalstoffenheffing en in een deel van de gemeenten een rioolheffing (gemeente), provinciale opcenten en de zuiveringsheffing en de ingezetenenheffing van de waterschappen. Voor eigenaar-bewoners komen hier de ozb (gemeente) en heffing gebouwd (waterschap) nog bij.
[i] Zie ook C. Hoeben (2017), Totale decentrale lasten huishoudens in kaart gebracht, ESB, 102 (4745), 12 januari 2017, blz. 42-44.
[ii] Vóór 2009 was het verplicht om tariefdifferentiatie toe te passen als het belang dat eigenaren bij het waterschapswerk hadden van plek tot plek verschilde. Ieder waterschap stelde hierbij zelf de mate van differentiatie vast. Dit kon ertoe leiden dat belastingbetalers in lagergelegen gebied meer betaalden, omdat het waterschap voor hen wél en voor de rest van het gebied geen water weg hoefde te pompen. Sinds de wet Modernisering Waterschapsbestel (2009) is tariefdifferentiatie niet langer verplicht en is wettelijk vastgelegd wanneer tariefdifferentiatie kan worden toegepast en wat de maximale differentiatie is.
De lasten voor huurders stijgen het sterkst in Wijdemeren, namelijk met 28,3 procent. Huurders betalen in Wijdemeren alleen afvalstoffenheffing. De gemeente is in 2023 onder preventief financieel toezicht geplaatst door de provincie. De gemeente heeft daarom onderzocht of de afvalstoffenheffing kostendekkend is. Dat bleek niet het geval en de tarieven zijn in 2024 kostendekkend gemaakt. Los hiervan zijn de kosten van de afvalinzameling gestegen. Het tarief van de afvalstoffenheffing stijgt hierdoor 26,1 procent.
Wijdemeren maakt deel uit van het deel van waterschap Amstel, Gooi en Vecht. In dit waterschap stijgen de lasten voor huurders 37,6 procent. Naast de loon en prijsontwikkelingen waar alle waterschappen mee te maken hebben komt de stijging onder meer doordat Amstel, Gooi en Vecht door technische problemen enkele jaren geen belasting heeft kunnen innen. Hierdoor zijn de rentelasten van het waterschap gestegen. De provinciale opcenten op de motorrijtuigenbelasting stijgen in Zuid-Holland met 3,1 procent.
In 6 gemeenten zijn de lasten voor huishoudens met een huurwoning gedaald, het sterkst in de voormalige gemeente Landerd die sinds 2022 deel samen met Uden uitmaakt van de nieuwe gemeente Maashorst. De lasten dalen hier met 8,2 procent. Deze daling komt doordat huurders in dit deel van de gemeente minder kwijt zijn aan rioolheffing. Tot 2024 werden in Landerd en Uden nog verschillende tarieven betaald voor de rioolheffing. Landerd kende een rioolheffing voor gebruikers, Uden voor eigenaren. Vanaf 2024 zijn de tarieven geharmoniseerd. Er is voor gekozen om de rioolheffing zowel op te leggen aan gebruikers als eigenaren. Hierdoor dalen de lasten voor huurders in de voormalige gemeente Landerd. De afvalstoffenheffing stijgt 4,2 procent. De waterschapslasten (Maashorst maakt deel uit van Aa en Maas) stijgen 7,0 procent en aan de provincie zijn autobezitters in Maashorst 2,5 procent meer kwijt.
Figuur bij kaart 64 Mutatie totale decentrale lasten huurder gerangschikt van laagste naar hoogste
